4. Patronen herkennen in je klachten
Een losse klacht geeft informatie, maar patronen geven vaak meer richting. In deze stap onderzoek je wanneer klachten ontstaan, terugkomen, veranderen of verminderen.

Introductie
Een klacht op één moment vertelt maar een deel van het verhaal. Meer informatie ontstaat wanneer je kijkt naar het verloop: wanneer begint een klacht, wat ging eraan vooraf, wat gebeurt er tegelijkertijd en wanneer verandert ze weer?
Door zulke patronen te herkennen, kun je verbanden gaan zien tussen je klachten en bijvoorbeeld belasting, herstel, ritme, voeding, prikkels of omstandigheden. Zo ontstaat meer samenhang zonder dat je meteen hoeft te weten waardoor een klacht precies wordt veroorzaakt.
Wat gebeurt er in deze stap?
Je brengt klachten in verband met tijd, context en andere veranderingen. Je onderzoekt wat eraan voorafgaat, wanneer signalen sterker of minder sterk worden en welke omstandigheden regelmatig terugkomen.
Een patroon is nog geen bewijs voor een oorzaak. Het geeft je wel aanwijzingen waarmee je gerichter kunt onderzoeken wat mogelijk meespeelt.
