Ademhaling en CO2-tolerantie
Ademhaling bepaalt niet alleen hoeveel zuurstof je opneemt, maar ook hoeveel CO₂ je afgeeft. Die verhouding beïnvloedt hoe zuurstof beschikbaar komt voor je weefsels en past zich voortdurend aan wat je lichaam nodig heeft.

Introductie
Ademhaling brengt zuurstof het lichaam binnen en voert koolstofdioxide (CO₂) af. Hoe snel en diep je ademt bepaalt mede hoeveel CO₂ je vasthoudt en heeft daarmee invloed op onder andere de zuurgraad van het bloed en de afgifte van zuurstof aan weefsels.
Tegelijk verandert je ademhaling voortdurend mee met inspanning, emoties, temperatuur, ziekte en de activiteit van je zenuwstelsel. Het ademhalingspatroon vertelt daardoor niet alleen iets over je longen, maar ook over wat je lichaam op dat moment vraagt en hoe het daarop reageert.
Wat gebeurt er in deze stap?
In deze stap ontdek je waarom méér of dieper ademen niet automatisch betekent dat er meer zuurstof beschikbaar komt voor je cellen. Je leert hoe zuurstof, CO₂, ademprikkel en zuurstofafgifte met elkaar samenhangen en waarom je ademhaling zich steeds moet kunnen aanpassen aan rust, inspanning en andere omstandigheden.
